In de media

cdhoeshelenising1x1-1024x1024

Helen Botman    i.sing

Zangeres/componiste Hèlen Botman kennen we in vele hoedanigheden. Zo doet ze met Peter van Vleuten vertelconcerten onder de naam Vleugelvrouw en heeft ze met de worldgroep La Luna inmiddels al vijf cd’s gemaakt. Nu komt ze onder haar eigen naam met ‘I Sing’. Geïnspireerd door grootheden als Joni Mitchell, Carole King en Eva Cassidy schreef zij zeven songs welke ze samen met Ton Nieuwenhuizen (bas), Rob Stoop (piano), Arthur Lijten (drums) en The Red Limo String Quartet opnam in diverse studio’s.

Dit album wordt gekenmerkt door subtiliteit in de composities, arrangementen uitvoering, geluidsopname en last but not least in de mastering. De rhodes- en wurlitzerpartijen van Rob Stoop zijn daarin de leidende golven waarop Hèlen Botman de luisteraar met haar stem en emotie laat meesurfen in haar rijke gevoelswereld. De muziek ademt een geest van rust die wordt geaccentueerd door het grote dynamisch bereik waarvan deze musici zich bedienen en welke in de geluidsproductie en mastering niet alleen behouden is gebleven maar zelfs is benadrukt. Smaakvolle luistermuziek!

NTB cd recensie nov 2016

 

Rob Stoops warme piano

LIEDEWIJ LOORBACH

‘Dikwijls speelt hij op Blijburg, met wind en water als achtergrondgeluid.’ Zo prees Het Parool pianist Rob Stoop aan. Als je op zo’n zonnige voorjaarsavond als gisteren gewezen wordt op dat heerlijke stadsstrandje, wie zet dan niet even door en peddelt naar IJburg om daar in het zand met een fles wijn de dag te zien verdwijnen? Wie kiest er dan nog voor een minitheatertje in een stadse steeg? Een handje vol mensen wist echter al van de warmte die Stoop met zijn pianospel kan verspreiden en zat keurig op tijd en vol verwachting klaar.Stoop zelf leek bij aanvang minder zeker van zijn zaak. Om tien over negen zei hij: ”Ik speel tot half tien. Dan is er pauze en weer tijd voor een drankje.”

In het Parool Theater geen achtergrondgeluiden van de elementen, maar de knarsende kruk onder Stoops billen. Zijn lichtblauwe Puma’s op de pedalen. Een zucht van genot in het publiek. Geschuifel achter de bar. En de stilte van concentratie. Vanuit de zaal, vanachter de piano.Ter inleiding van het tweede stuk dat hij speelde, vertelde Stoop van de omstandigheden waaronder hij het schreef.”Het was een warme zomer, te warm om te spelen. Ik dacht, ik moet gebruik maken van stiltes. Dus deze stukken beginnen allemaal heel minimaal.” Zo deed hij zelf de gedachten weer wegdrijven naar zomerse avonden. Zijn outfit – witte broek, fluwelen blauw jasje – maakte het zonnige gevoel compleet. Toen de rokers in de pauze merkten dat de temperatuur buiten inmiddels behoorlijk gedaald was, werd het duidelijk dat de warmte binnen te vinden was. De zaal gaf zich over en wentelde zich in de door Stoop zelf gecomponeerde suites. Het publiek vroeg om meer anekdotes en kreeg ze. ”In de tijd dat ik dit stuk schreef, heb ik aan speeddaten meegedaan. Een meisje had zo’n mooie trui aan, dat ik vroeg wat voor stof het was. ‘Angora’, antwoordde ze.” Stoop mocht voelen. Het meisje was ‘verder helemaal niks’, maar hij kwam wel thuis met de wil ‘een stuk te schrijven dat angora is’. En angora was het: zacht, soepel en warm. Na afloop verzuchtte een vrouw in het publiek: ”Wat moet het fantastisch zijn om zo te kunnen spelen.”

© Het Parool, 19-05-2005